Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze gevoelsbeteekenissen gelden nu gelijk uit onze analyse zelf volgt, eigenlijk alleen voor konstrukties, d. w. z. woordcombinaties die een zelfstandig stuk gedachte uitspreken en als een afzonderlijken passus gevoeld worden. De konstrukties in de taal komen soms met de motieven, soms met het thema in de muziek overeen.

Maar omdat kleine konstrukties in hun rhythmischen vorm dikwijls met onze metrische schema's samentreffen, kunnen wij dit alles ook op onze voetmaten toepassen; als wij daarbij maar in 't oog houden dat meestal de metrische voeten onbeteekenende onderdeelen zijn van een konstruktie, die zelf alleen door het totaal van rhythmischen bouw de gevoelsbeteekenis verraadt. Onder dit beding kunnen wij, naar Wundt's voorbeeld, die evenwel zelf niet zoo voorzichtig was, de volgende, toch in elk geval frekwent voorkomende, gevoelsbeteekenissen vaststellen.

Het finaal akcent in anapaestischen vorm heeft nü iets impulsiefs dan iets krijgshaftigs ; dikwijls zingt de trochee (van 't initiaal geslacht) welsprekend van bedachtzaamheid en volharding ; nu eens huppelt tusschen beide hoofdgeslachten een trippelende amphibrachys door, dan weer verzwaart de creticus nog het gewicht van den trochee ; want in de kontrasten zijn al deze fijnheden het keurigst te voelen. Dikwijls evenwel heeft een amphibrachys geen andere gevoelsbeteekenis dan een geleidelijken overgang van jamben naar trocheeën, en omgekeerd vervult de creticus eenzelfde rol.

In den dactylus deint die spelende rust, den Grieken zoo dierbaar, vooral waar hij dikwijls herhaald, bij gelijkmatigheid der zwakke silben, een soort betoovering wekt. Is de laatste silbe sterker dan de voorlaatste, dan verzwaart het gevoel naar den creticus heen, krijgt daarentegen de voorlaatste zelf het bijakcent, dan ontwikkelt zich meer vol-

Sluiten