Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij iets meer beschaafde volken verbinden zich dan beide funkties in het gedanste lied, maar zoo dat daarnaast toch ook instrumentaalmuziek en taal afzonderlijk blijven gedijen.

Uit dat danslied ontwikkelen zich nu bij klimmende beschaving ten eerste weer de afzonderlijke dans, de pantomimiek, het afzonderlijk taalrhythme of de poëzie, en de liederenkompositie of de vokaalmuziek, d. w. z. voorloopig, de volksdichten : epen en hymnen.

Deze drie funkties echter oefenen nu bij fijner ontwikkeling een altijd grooteren invloed op elkander uit. Het tempo van den dans wordt door het tempo der taal aangegeven.

Zoo is b. v. de wals met zijn optakt een nieuwe Duitsche dans, want de spreekmaten van het Duitsch beginnen door de vele proclitische woordjes, meest jambisch, en wel meest met een kwart omhoog.

De polka, die meest thetisch inzet is een Slavische dans, de Slavische talen nu kennen weinig proclitica en hebben zooals b. v. het Boheemsch een zeer sterk initiaalaccent.

De liederkompositie moet rekening houden met het nog voortlevende muzikaal akcent. Zoo vinden wij b. v. in de ons bewaarde Grieksche hymnen van Delphi steeds den hoogsten top der melodie op de geakcentueerde silbe. En eindelijk neemt de taal voor hare toonakcenten de gewone intervallen der muziek over.

Deze onderlinge aanpassing gaat nu al langer hoe verder. In de taal verdwijnt het muzikale akcent als abstrakte beteekenis-funktie, en blijft zoo heel en al ter beschikking van de gevoelsredundantie. De middeleeuwsche Gregoriaansche muziek, sluit zich, gelijk Dom Pothier getoond heeft, meer en meer bij den natuurlijk gemoedelijken spreektoon aan. De instrumentaalmuziek blijft de gezongen arias volgen. En de dans kan zonder muziek bijna niet meer leven.

Sluiten