Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den modernen tijd te wachten is" verdient Guyau bijzondere opmerkzaamheid, als een der meest betrouwbare aankondigers van een immanent idealisme, dat, uit het naturalisme gegroeid, in strikt natuur-wetenschappelijke methode, bouwstoffen, motieven levert voor de vorming' eener levensleer in overeenstemming met het ontwikkeld tijdsbewustzijn.

Guyau's wijsbegeerte, oppervlakkig beoordeeld van hoofdzakelijk destructieve strekking, slaat, ondanks het scherp 'kritische zijner methode, den echten grondtoon aan der wedergeboorte: zij is eene welsprekende apologie van het Leven, dat hij voelt in zijn geheel van zinnelijke en geestelijke geaardheid, in zijn intensieven en expansieven rijkdom en kracht, autonoom, zich zelf genoeg, als welbron oneindig, van elk verschijnen en gebeuren.

Evenals Feuerbach Darwin en Hegel aanvulde, zoo zette Guyau, Darwin en Spencer voort met zijne doortrekking der evolutieleer op de psychisch-geestelijke bestaans-verschijnselen; terwijl hij in zijn schets eener mogelijke toekOmst-moraal, den nog altijd in een dwingend-moéten bevangen Kant overwon door zijne conceptie eener natuurlijke ethiek, waarin door Opvoeding, door groei van den geheelen mensch, door physisch-psychische totaal-evolutie, het kunnen, de innerlijke macht, als voorwaarde voorafgaat aan- het moeten.

Deze aanneming, van de onbetwistbare realiteit der ideëele kracht-faktoren in de menschelijke natuur, en door deze in de maatschappij', dus in de werkelijkheid zelve, brengt mede de mogelijkheid, de hoop eener beheersching der natuur, van het leven op natuurlijke wijze, van het lagere door het höogere, in trapsgewijze stijging naar reiner, zuiverder, volkomener sfeeren van mensche^ lijk zijn.

En het is op deze mogelijkheid, op eene dergelijke overtuiging, dat het voor den modernen mensch aankomt; het is naar dit geloof, dat het algemeen verlangen uitziet, instinktmatig, uit zelfbehoud.

Hier ligt het kernpunt, van w aaruit zich langzamerhand de aandacht richt op de gegevens der mènschelijke ntauur tot zelfverlossing, op die harer omgeving tot hervorming.

Dit vollediger Natuurbegrip bevat, wel begrepen, niet alleen alle equivalenten voor de gelöovingen van voorheen.maar eene mogelijkheid van hoogere menschontwikkeling, van evolutie in geestelijken

Sluiten