Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conflikten die onoplosbaar zijn voor het zwaard, die alleen door menschelijke rede en menschelijke samenwerking kunnen worden benaderd.

Ruim twee jaren geleden begon de oorlog en sedert is het delirium van haat en wraak al maar aangewakkerd, en de eene gruwel-campagne voor, de andere na ondernomen met de toestemming der verantwoordelijke regeeringen die niet aarzelen, niet terugdeinzen voor het finantieel en moreel bankroet dat voor Europa bij dit alles op het spel staat.

Twee jaren geleden begon de oorlog en sedert worden per seconde en per minuut de levens van duizenden en duizenden opgeëischt en de meest elementaire voorwaarden tot leven vernield.

In evenredige verhouding met de cijfers der oorlogs-credieten, der oorlogskosten, stijgt de volksnood.

De materiëele en ideëele offers die worden gebracht gaan het menschelijke verbeeldings- en uitdrukkings-vermogen te boven, een proces dat afstompt, en het verval beteekent van al datgene waarvoor de menschheid eeuwenlang gestreden heeft om zich te bevrijden uit barbaarschheid en om te komen op een hooger levensplan.

Twee jaren geleden' begon de oorlog en sedert is de aarde geworden tot een hel, de wereld een kerkhof en een hospitaal, het volk in alle landen overgeleverd aan wanhoop en nood.

De zoo hooggeprezen doodsverachting der chauvinisten heeft de levens-eerbied verbannen, heeft de levensmoed en de levenslust met kanongebulder tot zwijgen gebracht en in stikgassen gesmoord.

En nog is geen „halt" vernomen, geen dam geworpen in den ziedenden maalstroom der hartstochten, nog is de dorst naar macht en bezit niet gebroken.

Integendeel, bij hen die deelnemen aan de worsteling stijgt de waan, de drogrede en de zelf-bedwelming mèt het gevaar, bij hen die haar lijdelijk ondergaan wordt het oordeel verward en verzwakt. Het aanpassingsvermogen aan den oorlogstoestand wint veld en het weerstandsvermogen tegen de algemeene barbaarschheid verzwakt, een jammerlijk feit, waartegen te strijden een eerste plicht genoemd mag worden, wil men den oorlogsgeest ooit meester kunnen worden.

Sluiten