Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaraan de voorwaarde worden verbonden, dat de houder vuurwapener of munitie van eene bepaalde soort niet voorhanden zal hebben.

Het door- 2. Aan eene machtiging, verleend aan iemand, die van het af-

loopend . r . . ,. ,

register. leveren van vuurwapenen of van munitie aan particulieren een beroep of eene gewoonte maakt, moet ingevolge artikel 10, laatste lid, onder 2°., van het Vuurwapenreglement steeds als voorwaarde worden verbonden, „dat het doorloopend register, hetwelk hij ingevolge artikel 4 der Vuurwapenwet 1919 moet houden, is ingericht naar een model, vastgesteld door Onzen Minister van Justitie 1). Langs dezen weg is uniformiteit van registratie bevorderd. Geregelde en voldoende controle op de voorgeschreven registratie is natuurlijk voor eene goede werking van de nieuwe wettelijke voorschriften onmisbaar. Ter bevordering van zoodanige controle ware wellicht aan eene machtiging, als in den aanhef dezer aanteekening bedoeld, nog als regel de voorwaarde te verbinden, dat b.v. dagelijks of wekelijks een uittreksel uit het doorloopend register bij de politie moet worden ingeleverd.

De sancties. 3. Op de overtreding van dit artikel, dat vele punten van overeenkomst vertoont met artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht, gewijzigd bij de wet van 7 Juni 1919 (Staatsblad no. 311) 2), zal in vele gevallen een dubbele sanctie staan. In de eerste plaats valt de overtreder in de strafbepaling van artikel 12, tweede lid. Bovendien kan de machtiging tot het voorhanden. hebben van vuurwapenen, welke hem verleend mocht zijn, op grond van het niet' nakomen eener daaraan verbonden voorwaarde 3), onder omstandigheden worden geschorst of ingetrokken, al of niet na waarschuwing.

Artikel 5.

Het is verboden eene bom, eene handgranaat of een dergelijk voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftige gassen bestemd wapen, een vlammenwerper, een kanon, een machine-geweer of een onderdeel van een dier vuurwapenen te vervaardigen, te herstellen of voorhanden te hebben.

Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van bet vervaardigen, herstellen of voorhanden hebben van een der daarin genoemde vuurwapenen door iemand, die bevoegd is het wapen voorhanden te hebben.

1) Men vergelijke de bijlage van dit werkje (model Q.)

2) Men zie vooral Noyon, aangehaald werk, aanteekening 1 op artikel 437 (oud).

3) Men vergelijke artikel 10, eerste lid, en tweede lid, onder 1*., van het Vuurwapenreglement.

Sluiten