Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij zijn verplicht een register te houden en daarin aanteekeningen te doen van elke door hen of, in beroep van hunne' beslissing, door Onzen Commissaris in de provincie verleende machtiging, als bedoeld in artikel 3, zoomede van elke schorsing of intrekking van zoodanige machtiging.

Onze Minister van Justitie is bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot de registratie der personen, die vuurwapenen voorhanden hebben. <

1. Centralisatie in de uitvoering der wet, mede ter verkrijging Eerste ua. van de noodige uniformiteit van toepassing, is volgens de Memorie

van Toelichting onvermijdelijk.

Het geldt hier de uitoefening van eene nieuwe en belangrijke rijkspolitietaak door de hoofden van plaatselijke politie, zoodat met h'et geven van aanwijzingen „vanwege Onzen Minister van Justitie", uiteraard de procureurs-generaal, fungeerende directeuren van politie, zijn belast.

2. Als een gevolg van het tweede lid kan-elke machtiging tot het Tweede m. voorhanden hebben van een vuurwapen, ook die welke in beroep is verleend, het nummer dragen, waaronder zij in het plaatselijk register

is ingeschreven. *)

Artikel 9.

De hoofden van plaatselijke politie zijn bevoegd te bevelen, dat personen, die, zonder daartoe bevoegd te zijn, vuurwapenen of munitie voorhanden hebben, deze, binnen een daarvoor te stellen termijn, op daartoe aan te wijzen plaatsen of in handen van daartoe aan te wijzen personen aan de gemeente in bewaring zullen geven. Na daartoe bekomen machtiging van of vanwege Onzen Minister van Justitie kan het bevel ook tot andere personen worden gericht.

Het bevel wordt hetzij door of vanwege het hoofd van plaatselijke politie mondeling of schriftelijk gericht tot dengene, wien het aangaat, hetzij gegeven bij algemeene bekendmaking. Die bekendmaking geschiedt op de wijze, door het hoofd van plaatselijke politie bepaald.

Kan het optreden van het hoofd van plaatselijke politie niet worden afgewacht, dan kan, voor zoover betreft personen, die, zonder daartoe bevoegd te zijn, vuurwapenen of. munitie voorhanden hebben, bij dringende noodzakelijkheid een bevel, als bedoeld in het eerste lid, worden gegeven door elk der andere ambtenaren, in artikel 14 vermeld. Het wordt alsdan mondeling of schriftelijk gericht tot dengene wien het aangaat.

1) Men zie de bijlage van dit werkje (model F, noot (1)).

Sluiten