Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe gehandeld zal worden bij overgang van koelie-aandeelen aan anderen, wordt zooals reeds hiervoren is gereleveerd, ook thans in de ordonnantie wederom niets gezegd.

De geheele ordonnantie is evenals die van 1900 onbegrijpelijk voor den Inlander, veel te omslachtig in haar uitvoering, onpractisch voor den huurder en nog meer onbruikbaar dan die van 1900; zoowel verhuurder als huurder, zullen er nog meer nadeelige gevolgen door ondervinden dan door de ordonnantie van 1900.

De in de ordonnantie van 1900 wortelende fouten en gebreken blijven bestaan, ja groote hoofdfouten zijn belangrijk verzwaard. Ik herhaal met ersntigen klem, hetgeen ik schreef in 1900 op bladz. 410 van mijn artikel „theorie en practijk":

„Het éénjarige contract, d.i. vooréén oogstjaar, met eene uitgestrektheid van'/3van ieders aandeel voor communaal bezeten grond, moet de basis zijn van een. goede grondhuurordonnantie."

Het moet nu eenmaal niet m o g e 1 ij k zijn, dat een „tani," een landbouwer, al zijn grond verhuurt; het moet niet kunnen voorkomen dat een „landbouwer" in het geheel geen grond meer bezit; hij leeft nu eenmaal met zijn gezin, van alles wat de grond hem successievelijk oplevert en geeft, hetzij „padi" hetzij „palawidja*'.

Verlies van alle grond staat voor den landbouwer zonder twijfel gelijk met economischen achteruitgang.

Langdurig verlies van alle grond, beteèkent ten slotte voor hem en zijn gezin „a r m o e d e", en overgang tot de categorie van hen, die zonder vast bestaan, van den eenen dag in den anderen leven; om reden de achteruitgang voor hem j a a r 1 ij k s grooter wordt.

De verdienste die hij met „dagloon" als arbeider in de riettuinen kan behalen — kan hem voor die achteruitgang niet voldoende behoeden; evenmin het irttermiteerend bezit van grond.

Sluiten