Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen ; — hoewel ik principieel geen voorstander ben van proefnemingen, durf ik deze hier gerust aanbevelen, omdat zij z a • slagen.

Niets kan zich daartegen verzetten, mogelijk alleen bureaucratische „blindheid of onwil." De heer de Graaff, noemde de door mij voorgestelde regeling: „eene bespotting van het begrip eener op vrije wilsuiting van partijen gegronde overeenkomst". — Het zelfde kan in mijn oogen thans ook gezegd worden van de grondhuurovereenkomst, gesloten volgens de voorschriften van de nieuwe ordonnantie van 1918. De huurder is immers hierbij evenmin meer „vrij" in bovenbedoelden zin, daar hij gebonden is aan de vastgestelde minimumprijzen en de „prijs", de „grondhuur", een der essentialia vormt van de overeenkomst.

Maar het is zoo mooi gezegd!

Een dergelijk gezegde slaat in, en pakt, vooral bij de Regeering. Die „vrije wilsuiting van partijen"! Ja, die hooggeroemde vrijheid !

Ik zal de laatste zijn om „vrijheid" tegen te gaan, of vrijheid aan banden te leggen, ik ben zelfs een groot en warm aanhanger van „vrijheid", maar niettemin moet en zal ik mij blijven verzetten tegeri een schijnvrijheid, waarmede de „tani", de inlandsche landbouwer allerminst gebaat is.

Bij de bespreking van mijn artikel „theorie en practijk" van 1900. (zie hierachter bijl: 2) zegt Mr. Brooshooft:

„Dus feitelijk weer Gouvernements bemoeienis met verschaffing „van grond aan de particuliere cultuur.

„De heer ten Brink vreest terecht, dat de Regeering hier niet zal „aan willen. Ik voor mij ben echter ten volle met hem overtuigd, „dat dit de rechte weg is. Zoowel in mijn koloniale als „in mijn Europeesch sociale politiek, heb ik steeds heftig aange„valleu het ophemelen van een z. g. „vrijheid" die ten slotte „niets anders is dan vrijheid om te krepeeren. Economisch „zwakken moeten door den staat beschermd worden, mogen af „k u n n e n niet vrij zijn.

„Slechts doctrinaire blindheid van liberalen a Ia van Houten „kan de waarheid voorbij zien, dat men den kleinen man. door „hem „vrij" te maken, overlevert aan de grootste slavernij, die „der geldwolven van de 20e eeuw. Zeer terecht zegt de heer

Sluiten