Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage li.

Ao 1901 No. 252. ZATERDAG 2 NOVEMBER.

DE LOCOMOTIEF.

EERSTE BLAD.

VAN DAG TOT DAG.

Reeds in de September-aflevering van het „Tijdschrift v B i n n. Bestuur" leverde de controleur S. Cohen Fzn in een opstel „Leenen en Sparen", eenige staaltjes "van de geheel onvoldoende wijze waarop de Regeering door de z.g.

grondhuur-ordonnantiën, zoowel die van „Staatsblad" 1895 Nd. 247 als de jongste van „S t a a t s b 1 a d" 1900 No. 240, „waakte" voor de belangen der Inlandsche bevolking. Geen feller aanklacht tegen deze hoofdzonde der grondhuurwetgeverij kan echter worden ingebracht, dan de nu in het October-nummer van hetzelfde tijdschrift door den controleur ten Brink gegeven bijzonderheden.

Wanneer de voor- en nadeelen der europeesche indrustrie ter sprake komen, dragen de voorstanders steeds bergen cijfers aan Zóóveel kan de Inlander van zijn grond maken bij eigen bebouwing, zóóveel bij verhuring, zóóveel nog verdienen door arbeid in of voor de fabriek, ergo de partikuliere industrie „brengt zóó en zóóveel meer onder de bevolking".

Wie zoo redeneert weet zeer goed,'dat het rekensommetje niet zoo eenvoudig is en dat nog heel wat andere factoren komen kijken bij de vraag: slecht of goed voor den Javaan? Opblz 72 vlgmqner brochure „De ethische koersinde koloniale pol, ,e-k stelde ik reeds in t| licht, hoe de grondverhuur zoowel het moreele als het materieele leven der desa in de war brengt, en dat het de groote, overwegende verkeerdheid der

Sluiten