Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch zijn de bezwaren, die thans bestaan zeer groot. De heer ten Brink heeft ze ons duidelijk opgenoemd en al streefde hij niet naar volledigheid, hij wees al genoeg aan, om op nieuw op betere regeling, op beter toezicht met kracht aan te dringen. Dat deel van zijn betoog verdient ook zeer zeker overdenking.

Hij vertelt hoe aandeelen in communale dessagronden van dezen of genen inlander weg raken. Hoe hij meermalen de klacht gehoord heeft, „s i t i k o e I a i t j a 1", letterlijk, „mijn grond is weggeraakt'" wat kan voorkomen bij het vormen van complexen voor rietcultuur, door ruiling van gronden, ook door het elimineeren van] verschillen, geconstateerd door den fabriekslandmeter en door het desabestuur. Protesten bij het desahoofd helpen dan niet en de ontevredenheid toont zich door rietbranden.

Hoe de aandeelen soms verkeerd worden aangewezen, zoodat de een te weinig aan huur ontvangt wat een ander te veel krijgt.

Hoe door het premiestelsel op het aanbrengen van huurgronden geen sprake meer zijn kan van vrijwillig verhuren; aandeelhebbers in communalen desagrond weten soms niet eens dat hun grond verhuurd is.

Hoe het stelsel van spillage, — 10 pet. van de ingehuurde gronden voor wegen, slooten en ohbeplantbare gedeelten, — in de hand werkt, dat men bij de opmeting van gronden te kort komt, en al deze dingen loopen ook weer uit op rietbranden.

Hoe de suikerfabrikant en de indigoplanter in hetzelfde district overeenkomsten sluiten, waardoor wel voor geregelden wisselbouw wordt gezorgd, maar aanhoudend veel meer dan een derde deel van de dessagronden voor de Europeesche cultuur is verhuurd.

Hoe de dessaman te eenemale onbekend wordt gelaten met den inhoud van de grondhuur-ordonnantie en hij dus is overgelaten aan het lang niet altijd betrouwbaar dessabestuur.

Hoe de nieuw vastgestelde termijn van 6' j jaar evenals de vroegere van 5 jaar voor verhuur van desagronden er noodzakelijk toe leiden moet, dat wie eenmaal voorschot heeft ontvangen, altijd weer verhuren moet om aan nieuw voorschot te komen, zonder hetwelk hij een jaar geen eten hebben zou, zocdat verscheiden lieden die veel meer dan een derde van de hun toekomende grond hebben verhuurd, daartoe altijd weer moeten overgaan, te meer omdat niet verboden is dat meer dan 1/3 van ieders aandeel wordt verhuurd.

Hoe de meerjarige contracten nadeelig worden geacht voor den nlander zelfs door suikerfabrikanten, die er toch voordeel van trekken, omdat zij minder soesah hebben met het inhuren,

Sluiten