Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„duren. Het was toen niet te voorzien dat de „oorlog zóó lang zou aanhouden.

„Ik gevoel mij thans gedrongen, die vraag we„derom op het tapijt te brengen.. t

Opvallend is het, dat de inhoud van dit schrijven in zoo lijnrechten strijd is met hetgeen Z.E. de Minister van Staat, Minister van Binnenlandsche Zaken, met het oog op pag. 19 aangehaald schrijven berichtte, want de Minister kon moeilijk meenen, dat eene bespreking door den Voorzitter der Centrale Commissie, een Commissie door Z.E. zelve ingesteld, gelijk staat met iets wat aan Z:E. „min of meer terloops en indirect tot zijne kennis is gebracht."

Toch is dit misverstand van Z.E. wel eenigszins verklaarbaar, omdat in November 1915, mij bij een persoonlijk bezoek aan het Departement van Binnenlandsche Zaken werd medegedeeld, dat men zich van eene regeling wel iets meende te herinneren, doch dat een desbetreffend schrijven in de archieven niet meer was te vinden; vandaar dan ook, dat door mij met mijn schrijven van 19 November 1915 aan den Minister de oorspronkelijke brief van 8 Juli 1915 van den Voorzitter der Centrale Commissie werd gezonden.

Blijkbaar heeft een en ander toen indruk op Z.E. gemaakt; er werd afgezien van eene opheffing, doch daarvoor in de plaats trad een verzoek om hernieuwde verlaging van den huurprijs. Ook toen weer heeft de Commissie van Toezicht zich tot de Snijgroenkweekerij gewend, en na langdurig onderhandelen gedaan gekregen, dat ten tweeden male de huurprijs werd verlaagd, en wel, werd bepaald op f 120.— per

Sluiten