Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verhouding tusschen Japan en Nederlandsch-Indïë.

Mijnheer de Voorzitter!

Het is mij een bijzonder genoegen hier hedenavond te mogen spreken over de verhouding tusschen Japan en Nederlandsch- Indië.

Toen eenige weken geleden de Secretaris Uwer Vereeniging mij daartoe uitnoodigde, was dit mij zeer welkom, want reeds geruimen tijd stond ik in twijfel op welke wijze ik openbaarheid zou geven aan eenige gedachten, die zich bij mij hadden ontwikkeld sinds ik over dit onderwerp het laatst het woord voerde. Gaarne greep ik daarom de mij geboden gelegenheid aan om Voor de leden en genoodigden Uwer Vereeniging te zeggen wat mij op het hart ligt, wetende, dat mijn woord dan over ons geheele land zal klinken en misschien zelfs ver buiten de grenzen daarvan.

Maar het was mij ook aangenaam, omdat ik daardoor de kans zou krijgen eenige misverstanden recht te zetten, die bij een aantal landgenooten gerezen zijn naar aanleiding mijner vorige beschouwingen over dit vraagstuk, misverstanden, die voor een deel wel te wijten waren aan mijn eigen schuld, zoodat ik, teneinde hedenavond niet in dezelfde fouten te vervallen, beginnen wil met U deze eerst te verklaren.

Ongeveer twee jaar geleden schreef ik een opstel in de Gids, waarin ik onderzocht in hoeverre Japan een gevaar oplevert voor het rustig behoud onzer Aziatische Bezittingen. Zooals elk geschrift had ook dit artikel een historie, die ik U in het kort even vertellen wil.

Sluiten