Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouden, zwakken vriend aanvallen om het te berooven, dan zou het in eigen oogen voortaan eerloos zijn en minder nog dan twee jaar geleden vrees ik thans, dat een Regeering, die het Japansche belang goed begrijpt, tot zulk een verovering zal besluiten!

Mijnheer de Voorzitter, voordat ik deze woorden hier hedenavond durfde uitspreken, heb ik lang gewikt en gewogen of zij wel in het waarachtig belang van ons land en van Indië zouden zijn.

Ik was mij bewust hoe weinig offervaardig ons volk is, daar waar het militaire uitgaven betreft en ik begreep, hoe mijn woorden als dekschild zouden worden gebruikt door allen, die om welke redenen dan ook, gekant zijn tegen krijgstoerustingen.

Maar ik heb gemeend, dat de opbouw onzer Indische defensie van te groot belang is, dan dat deze op drijfzand zou mogen geschieden, op een valsche waan. Een mondig volk als het onze moet de waarheid kunnen hooren en toch zijn plicht doen.

En deze plicht is, dat wij zoo spoedig mogelijk in Indië gaan inhalen, wat wij er vroeger verzuimden te doen. Wij moeten Indië kunnen verdedigen, niet tegen de Japansche veroveringszucht, maar tegen een. ieder die de Indische neutraliteit zou willen aanranden, want zouden wij deze niet voldoende kunnen beschermen, dan zouden wij voor Japan een gevaarlijke buurman zijn.

Want al denkt Japan er niet aan ons Indië afhandig te maken uit hebzucht, uit zelfbehoud zou het geen oogenblik aarzelen onze koloniën te bezetten, wanneer het Van de noodzakelijkheid daarvan doordrongen zou zijn.

Het lot, dat België in 1914 ten deel viel, dat is het, wat ik voor Indië vrees.

Immers, ondanks de ellende, die deze oorlog thans over de wereld brengt, zijn er geen teekenen, die er op wijzen, dat een andere geest de menschheid gaat bezielen en dat dus de eeuwige vrede begint te naderen.

Japan althans maakt zich deze illusie niet, het arbeidt ruste-

Sluiten