Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoofden, kans zag voortdurende controle uit te oefenen en niet terugdeinsde voor onmiddellijke bestraffing van nalatigen Onze indruk is, dat de ambtenaren in Tapanoeli over het algemeen, niettegenstaande veel tijdroovend kantoorwerk, hun best deden in de boven geschetste richting. En daardoor ging het nog zoo lang goed. Men zal o. i. voorloopig tot dit stelsel moeten terugkeeren, maar dan zal uitbreiding van het aantal controleurs de aanstelling van een grooter aantal geschikte inlandsche schrijvers voor kantoorwerk en wederinvoering van het mantristelsel noodig zijn. Hiermede moet gepaard blijven gaan de al sinds jaren gevolgde politiek, van het aantal kleine potentaatjes geleidelijk te doen verminderen. Die voorname hoofden, die overblijven (en men trachte dan uit de rechthebbenden de meest geschikte aan te stellen), dienen in hun autoriteit krachtig gesteund, goed bezoldigd, tevens scherp gecontroleerd en door het te dragen geven van verantwoordelijkheid en door voorlichting tot bestuurders met ruimer blik en oog voor het algemeen belang te worden opgeleid. Men is dan wel in zijn keuze voor elk van de te vormen of bestaande „districten" (hoendoelan, koeria) beperkt en aan overplaatsing uit de eene naar de andere streek valt dan dan niet te denken, maar voorhands is in het algemeen een andere toestand nog niet mogelijk, omdat de Bataks nog niet zijn een volk, als Maleiers, Javanen of Soendaneezen, maar een unie van „stammen". Op den duur zal dit niet zoo blijven. Allerlei factoren werken mede (Christendom, Islam, onderwijs, economische factoren), om het ontwakend nationaal bewustzijn te versterken, wat tot verzwakking van het stambewustzijn moet leiden. De naar Si Antar geëmigreerde Bataks heeft men reeds onder een „Hoofd der Tobaneezen" weten te vereenigen. Zoo zal men wellicht in Padang Lawas, waar allerlei invloeden versnipperend en tevens nivelleerend gewerkt hebben, met het „districts"bestuur minder last hebben en daar de zaak eens kunnen aanzien. Voor de andere deelen van Tapanoeli zal dan ook die tijd komen. Is men zoover, dat enkele in de practijk opgeleide inlandsche krachten met gerustheid tot „districts"hoofd (ambtenaar) kunnen worden aangesteld, dan zou wellicht de tijd gekomen zijn voor een gewestelijke opleidingsinrichting. Maar ook dan zou eenige jaren ervaring in de practijk, onder leiding en toezicht van den Europeeschen ambtenaar, vóór de definitieve aanstelling o.i. wenschelijk blijven.

Sluiten