Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welnu, uit zulke onbewuste symptoomhandelingen bestond ook de dienst van Dionysus.

De teeltkracht der natuur, die haar machtigen invloed doet voelen op elk organisme, grijpt den mensch — den natuurmensch — aan met een wonderbare ontroering. Hij voelt den mystieken band, die hem éen maakt met al wat groeit en zich voortplant; een woeste lust komt over hem, om zijn leven uit te leven, zich te vermenigvuldigen, oneindig te zijn met de natuur. In een onbegrepen hartstochtelijke begeerte grijpt hij naar al wat voor hem de groeikracht zelf is: planten, dieren, die hem omringen, die de scheppingsdrift in hem opwekken. Hij sleurt ze mee in opgewonden vreugde, in dolle razernij, verscheurt en verslindt ze, en strooit de stukken rond, zooals de boom zijn vruchten om zich heen werpt; hij meent zich zelf en de natuur te bevruchten, zelf God, zelf vruchtbaarheid te zijn. Zoo raakt hij los uit het aardsche, uit de drukkende banden van zijn menschelijke beperktheid, en meent oneindig te zijn en niet langer mensch.

Dat is de mystieke kern van dezen vreemden dienst met zijn orgiën en zijn extase; de onbegrepen ontroering om het groote Wonder, dat het ontstaan van het leven is. Dionysus is de God van het Wonder, van het Leven en van de Vruchtbaarheid; hij is het, die zijn volgelingen opheft tot het oneindige, de bron van alle ontkieming, tot de godheid zelf. Daarin ligt, diep verborgen, het religieuse mysticisme van den woesten dienst van Sabazios.

II. DIONYSUS IN GRIEKENLAND

De Dionysus, dien wij tot nu toe geschetst hebben, is de Thracische. De Grieken leerden misschien omstreeks 1000 vóór Christus, in den tijd van de Dorische volksverhuizing, zijn wilde vereering kennen, en lieten zich door de psychische epidemie der extase meesleepen, al ging dat niet zonder verzet. De stamhoofden, priesters en koningen, zetten zich schrap tegen het binnendringen van de dolzinnige nieuwigheid, maar — vergeefs. Dionysus overwon, en hield

Sluiten