Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

methode eenvoudig een aangeleerde kunde, een vak zooals ieder ander, zij het dan ook gewoonlijk in hooger aanzien staande.

Zóó is de waarzeggerij bij Homerus. De profeet verkondigt den wil van de godheid of de toekomst uit teekens, gewoonlijk aan den vlucht der vogels ontleend. Wel wordt regelmatig beweerd, dat de god den waarzegger zijn kunst heeft „verleend", maar kennelijk met geen andere bedoeling, dan om het ambt een zekere wijding te geven, het onder de hoede van hoogere machten te stellen. Voor een mystieken band tusschen god en mensch is in deze opvatting geen plaats.

Het Pythische orakel van Apollo te Delphi, dat later zijn ontzaglijken religieusen en politieken invloed ver buiten de grenzen van Hellas heeft doen voelen, is dan ook bij Homerus volstrekt nog niet in hooge eere, al noemt hij het een enkele maal. Geen wonder: de extatische profetie, die later daar zoo sterk bloeide, is pas na den dichter in zwang gekomen; -oorspronkelijk mag hier een lotsorakel hebben bestaan, maar het instituut in zijn bekenden vorm was er zeker niet. Wel kent het epos het oer-oude orakel van Zeus te Dodona, waar voorspeld werd naar het wuiven der heilige eiken — een duidelijk rudiment van boom-fétischisme. Maar ook hier zijn van extatische profetie geen sporen te vinden.

Die moest van Dionysus komen. Vandaar, dat zijn dienst zulk een volkomen omwenteüng heeft bewerkt in de Grieksche religie.

Dionysus was de god, wiens geest zijn vereerders vervulde, tot wien hun ziel zich in extase opwerkte; zij werden „entheoi" (vol van de godheid) in hun razernij, en konden zóó de toekomst voorspellen. Deze kunst, hooger dan de aangeleerde waarzeggerij, doordrong geheel Griekenland, en brak zich baan óók in den dienst van andere goden. Apollo vooral, de echte voorspellende godheid, bezielde voortaan zijn dienaren, en verkondigde zijn wil en het naderende lot door hun mond. Zij waren extatische spreekmediums geworden. Sibyllen, Bakiden en andere profeten of profetessen ontleenden aan hun persoonlijken omgang met hoogere machten bekwaam396

Sluiten