Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vrouwelijk organisme een onuitputtelijke hoeveelheid opgespaarde kracht in den vorm eener langdurige jeugdige frischheid, waaruit alle andere differentieele geslachtskenmerken kunnen worden verklaard.

Niets is er aan het vrouwelijke organisme zoo karakteristiek als zijn productiviteit.

Met niets is de gedeeltelijke groei van het moederlijk organisme bij den opbouw zijner vrucht beter te vergelijken, dan met den groei van den mensch in zijn ontwikkelingsjaren.

Deze overeenstemming geeft ons den sleutel tot het raadsel der vrouwelijkheid.

Waar wij gelijke levensuitingen zien, hebben wij het recht gelijke struktuurverhoudingen aan te nemen en inderdaad vertoont de vrouw in bouw en wezen groote overeenkomst met het kind.

Voor deze relatieve jeugdige frischheid, als fundamenteel vrouwelijk geslachtskenmerk, kunnen we verschillende bewijzen aanvoeren; daarover later meer. —

Het eerste middel, waarvan zich de natuur bediend heeft om zich te verzekeren van de jeugdige frischheid van het vrouwelijk geslacht — als een element, dat onontbeerlijk is voor een voorspoedige voortplanting — is een verschuiving van den vrouwelijken voortplantingstijd naar de jeugd. Onder alle hemelstreken is de geschiktheid van het vrouwelijk geslacht voor het moederschap veel vroeger ontwikkeld dan die van den man voor het vaderschap.

Het tweede en voornaamste middel is het doen voortduren der jeugdige frischheid gedurende de geheele vrouwelijke voortplantingsperiode.

De waarheid dezer bewering wordt bevestigd door een vergelijking der vrouw met het kind in tegenstelling tot den man.

Wij bezitten in dit opzicht ontwikkelings-geschiedkundig, ontleedkundig, verrichtkundig en zielkundig bewijsmateriaal.

De ontwikkelingsgeschiedenis leert, dat de hoogere dieren gedurende hun embryonale ontwikkeling — hun zoogenaamde „ontogénese" — de verschillende ontwikkelings-

Sluiten