Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de ontwikkeling van het individu zelf, de ontogenese, zien wij dat de mensch zich, uit een indifferent stadium zonder geslachtskenmerken, over een twee-geslachtelijk tusschenstadium differentieert tot twee afzonderlijke individuen, man en vrouw.

De embryonen schijnen bij den mensch en bij de hoogere dieren aanvankelijk volkomen naar 't zelfde type gebouwd en dat type is, wanneer we tenminste uit de latere verhoudingen conclusies trekken mogen, het vrouwelijke.

Wanneer we hier werkelijk zouden te maken hebben met een volkomen ontogenetische herhaling der phylogenese, zoo moest men zich ook voorstellen, dat de mannelijke embryonen eerst naderhand in den moederschoot uit de oorspronkelijk vrouwelijke embryonen waren ontstaan. Maar daarvoor bezitten wij nog geen voldoende argumenten.

Hoewel de differentiêele geslachtskenmerken zich bij het embryo later ontwikkelen, blijven toch de uitwendige mannelijke geslachts-organen gedurende langen tijd groote overeenkomst vertoonen met die van het vrouwelijk geslacht.

De herinnering aan de oorspronkelijk vrouwelijke gedaante beider geslachten wordt ook nog langen tijd na de geboorte levendig gehouden: bijv. door bouw en functie der borstklier bij den mannelijken zuigeling, door de baardeloosheid en de geringe ontwikkeling van het strottenhoofd bij den knaap.

Ook de dierenwereld levert meerdere, misschien beter bekende voorbeelden. De mannelijke vogeljongen hebben aanvankelijk vrouwelijk gevederte, en ruien ook terzelfder tijd als het wijfje. Ook bij de hoogere dieren wordt het mannetje geboren zonder de bijzondere differentiêele geslachtskenmerken, welke hij later ontvangt: zoo wordt de haan zonder sporen, het hert zonder gewei geboren.

Anderzijds bewijst ook het later optreden der ouderdomskenmerken bij de vrouw het langer duren harer jeugdige frischheid.

Eerst naderhand, na voleindiging der voortplantingsperiode, begint ook het vrouwelijk organisme, dat zoo in haar ontwikkeling een langen stilstand vertoont, te verouderen en nadert zij meer en meer den man van gelijken leeftijd, getuige de optredende strottenhoofdverbeening en stemverandering e. d. 233

Sluiten