Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op vloed van lichtend schoon, die stroomde door deez' dag, O, dat mijn ziel staag zoo in 't leven zag. En met het wankelloos geloof van kinderen en reinen Gods glimlach immer voelde in eiken avondstond.

Dit was van denzelfden jongen, dien men eens „tuchteloos had genoemd, toen zijn „onderziel" nog niet was ontdekt, en die zeker in zijn „bovenziel" verward zou zijn geraakt, als hij zijn eigen innerlijk leven niet tijdig hadde gezien.

Hier verlaat ik onze jongens, om over te gaan naar een heel ander terrein, dat schijnbaar aan de meeste menschen vreemd is, maar dat, goed beschouwd, toch aan iedereen van zeer nabij is bekend. Ik bedoel het innerlijke conflict, dat we wel voelen, maar waarvan we ons toch niet al te goed rekenschap kunnen gegeven, en dat opgeheven wordt, wanneer we ons hébben uitgesproken tegenover een derde. Er gebeuren in 't leven van ieder mensch dingen, die zeer pijnlijk aandoen, maar waarover we met niemand plegen te spreken, omdat ze zijn van al te intiemen aard. Bij sommigen vervluchtigen deze dingen, bij anderen worden ze in de ziel begraven, maar bij allen blijft van deze dingen toch wel iets hangen in het onderbewustzijn. Soms echter zijn deze verborgen dingen zoo samengeweven met het overige deel van ons geestesleven, dat we dientengevolge een zekere onvoldaanheid over ons voelen, iets dat we niet nadér kunnen verklaren, maar dat ons toch spant en weer spant, en waardoor het evenwicht van ons bewustzijn min of meer wordt verstoord. Ook blijkt dan dikwijls, dat de ervaring die naar we meenden in onze ziel begraven was, toch nog niet heelemaal daarin was begraven, en dat ze telkens terugrees in onze herinnering, terwijl het evenwicht zich herstelde in ons bewustzijn, als we maar iemand anders deelgenoot maakten van de pijnlijke ervaring, die we zoo moeilijk konden vergeten, en die wij toch zoo graag kwijt zouden zijn. Met bewonderenswaardige scherpzinnigheid werd dit verschijnsel al oudtijds in de taal vastgelegd, tenminste in het Germaansch, door het woord biecht, oorspronkelijk bi-echt, en dit afkomstig van bi-jehan, dat we thans zouden vertalen door uitzeggen, — de zaak aldus zeggen,

Sluiten