Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mechanisch doen deze patiënten precies andersom dan van hen gewenscht wordt, ze weigeren hunne kleeren aan te trekken, of leggen zich des nachts neer op den vloer onder t bed, of in plaats van vooruit te gaan, als men dat wenscht, gaan ze achteruit, en zelfs als men den arm van zoo'n patiënt opheffen wil, wordt zwijgend elke spier en iedere zenuw ingespannen, om dat tegen te gaan, en als een veer springt dan ook de arm weer terug, als hij mogelijk een oogenblik mocht zijn verplaatst ')•

Dit alles brengt zij zoo langzamerhand tot een punt dat ik thans bespreken moet, namelijk tot de droomen, die in den laatsten tijd op zoo geniale wijze door Freud onderzocht en behandeld zijn. Wanneer ik dat zeg, moet ik beginnen met wederom eerst een misverstand te voorkomen bij mijne lezers. Hoe geniaal Freud zich in dezen ook mag hebben getoond, toch zal met hem het laatste woord over de droomen niet zijn gesproken, terwijl hij er ook woorden over gesproken heeft, die men niet al te voorbarig zal mogen herhalen. Daartegenover staat echter, dat men soms uitleggingen geeft aan de theorieën van Freud, die Freud zelf nooit heeft bedoeld, waarvan ik o.a. wijs op het feit, dat Freud voor den volwassen leeftijd over twee soorten van droomen spreekt, terwijl menigeen, die over Freud spreekt, net andersom beweert, en het daarbij doet voorkomen, alsof er, ook volgens Freud, maar één soort van droomen voor den volwassen leeftijd zoude bestaan. De zaak is intusschen deze, dat Freud onderscheid maakt tusschen onverholen en verholen droomen, die beide in den volwassen leeft ij d

') Ik moge bier nog herinneren aan eene ervaring, die ik in den allerlaatsten tijd heb meegemaakt. Door het eten van een in 't wild groeiende vergiftige plant (de doornappel, datura strammonium) ontstond een hallucineerende toestand bij den betrokken knaap. In zijne hallucinaties reproduceerde hij op levendige wijze, en klaarblijkelijk met een gevoel van behagelijkheid, allerlei verkeerdheden, die hij vroeger bad uitgehaald, en daaronder in bijzonderheden ook een door hem gepleegde brandstichting. Zoodra het tegengif gewerkt had, begon het delirium te verminderen, en werd hij langzamerhand weer dezelfde aanhankelijke, eenigszins weeke, soms wat eenzelvige en daardoor ook wat zonderlinge, maar toch overigens zeer leidzame en welgezinde knaap, die hij altijd was geweest.

336-

Sluiten