Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den doodstrek der reine Natuur,

Een hagelwit stropje om een zeer stijven nek,

Steil als een gepleisterde muur,

Een wandelend punt voor elk open gesprek,

Geen mensch, maar een vreemde figuur'*.

Zoo is het, we kunnen onzen wezenlijken aard zelfs verkrachten, en dit zou onmogelijk zijn, indien ons leven niet was een mengvorm. Het omgekeerde kan echter eveneens geschieden. We kunnen ook weder terugkeeren tot ons eigenlijk wezen, en in dit verband rijst dan ook thans de vraag, hoe feitelijk de verhouding tusschen de beide elementen van ons leven en ons eigenlijk wezen geregeld is.

Er is dus een bewust en een onderbewust leven in den mensch aanwezig. Bewust is de gewaarwording, de waarneming, de herinnering, het denken, de begeerte, in 't kort alles, wat we door directe zelfervaring als de constateerbare inhouden van ons bewustzijn leeren kennen. En onderbewust is de nawerking van het bewuste leven, en de meer of minder actieve invloed, die door deze nawerking uitgaat op het bewustzijn zelf, hetgeen we eveneens door zelfervaring, ofschoon niet door directe zelfervaring, leeren kennen in ons bewustzijn. Zoo goed als ik hoor, dat een tikkende klok blijft stilstaan, terwijl toch het tikken zelf door mij niet wordt waargenomen, zoo goed kan ik ook constateeren, wat er in mijn bewustzijn plaats grijpt, als zijn gewone evenwichtstoestand op eenige andere wijze verbroken wordt. Vermoei U maar eens met geestelijken arbeid, zoodat alles „leeg" wordt in uw bewustzijn, en merk dan op, wat daarvan de gevolgen zijn. Zet in een discussie uwen geest maar eens op hoogste spankracht, en overwin, in alle liefde, uw tegenstander maar eens over de gansche linie, en als straks aan de discussie niet meer wordt gedacht, dan toch zijt ge een heel ander mensch geworden. Ook kunnen we constateeren, wanneer de nawerking geëindigd is, die de een of andere voorstelling op ons bewustzijn heeft uitgeoefend. Wat is nu dan verder de zaak bij dit alles? Verder is de zaak deze, dat er een voortdurende wisselwerking bestaat tusschen het bewustzijn en het onder-

Sluiten