Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het heden niet in zich verwerkt, zoodat hij in zijne begeerten altijd een kind was gebleven, terwijl zijne vrouw nog werkelijk een kind was, toen ze met hem huwde, en zoo kwam het dan ook, dat ze als kinderen hoopten, hetgeen ze zagen, zoodat ze de kunst met verstonden, om te verwachten met lijdzaamheid. Bij dit woord van Paulus lag de bijbel opengeslagen van Kegge's schoonmoeder, en zij zag dwars door hare kinderen heen. Een andere kinderlijkheid zag ze daar echter dan die bedoeld is, toen er gezegd werd, dat we aan de kinderkens moeten gelijk zijn. Ze zag er het kinderlijke vertrouwen niet. Ze zag er niet een toekomst, die uit het heden, en niet een heden, dat uit het verleden geboren is, en terwijl Papa Kegge zijne kinderjaren niet te boven gekomen was, had Mama Kegge hare volwassenheid niet bereikt, zoodat heden en verleden dooreen geweven waren, waardoor noch bij Papa, noch bij Mama Kegge een wezenlijke toekomst in het hart besloten was. Wat nu in 't bijzonder Kegge zelf betreft, door de relatieve afwezigheid van het kinderlijk vertrouwen, dat als actief beginsel in 't geestelijk protoplasme van het menschelijk leven ligt opgesloten, was hij man geworden, zonder dat hij iets te niet had gedaan van hetgeen overigens des kinds is, zoodat hij nog steeds de hoop behouden had, die gezien wordt, en die geen hoop is, want hetgeen gezien wordt, waarom zal hij het hopen? Ja, het kinderlijke vertrouwen. Hoe schoon spreekt daarvan de dichteres in hare kindersproke:

┬źNacht is niet boos . Als hij komt, de nacht

Maakt hij den hemel open,

En veel sterten en sterretjes komen zacht

Op gouden voetjes geloopen,"

maar nochtans is dit kinderlijke vertrouwen niet in alle menschen even sterk ontwikkeld, noch in dezelfde mate tot de volwassenheid der menschen doorgedrongen, zooals in 't leven geregeld blijkt, als inderdaad de nacht boos voor de menschen is, of wanneer het wakende leven van den mensch in een nachtelijken sluier is gehuld.

* *

Sluiten