Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-voor ons ontwikkeld heeft. Zei men ook vroeger niet reeds in verhand met de erfzonde, dat de mensch samengesteld is uit twee elementen, half dier, half engel, en komt deze naïeve voorstelling niet overeen met wat uit de psychologische feiten gebleken is? Doch Iaat ons overigens nog voorzichtig zijn met het trekken van conclusies, zoodat we ons tot de psychologische feiten zelf moeten bepalen, in afwachting verder, of niet de voortgaande onwikkeling der biologie ook bij plant en dier bevestigen zal, behouden de noodzakelijke verschillen, wat al sinds eeuwen bij den mensch is gebleken in zijn vaak mislukkende, maar toch altijd voortdurende worsteling om een hooger leven. Ik denk nu aan Vondel, die door zijn Adam in ballingschap ons het symbool van deze Worsteling gegeven heeft. Hoort hetgeen de Wachtengelen zingen bij de verheerlijking van het eerste menschenpaar, voor dat het ten val is gebracht:

Engelsheit en dierschheit mengen In den Mensch zich ondereen. Om deez' overeen te brengen Wou den Vader hier beneen, Met een handvest hem verrijcken. Die de ongelijke trek, Van de worstlende ongelijken Vreedzaam houdt in hun bestek.

Maar hoort ook, hoe diezelfde Wachtengelen klagen, als straks het eerste menschenpaar ten val is gebracht:

Hoe leght de stamheer van 't geslacht

Met al zijn saet verschoven,

En in der eeuwigheid berooft,

Van zulk een heilskroon hem belooft,

of als Adam, zichzelven ziende na den val, ook aanschouwt hetgeen zijn deel geworden is vanaf het oogenblik, dat hij zijne engelsheit bij zijne dierschheit heeft ingeboet:

„Hoe is mijn staat verkeert! ik dwael gelijk de blinden, En zoecke de oude rust, maar kan ze nergens vinden."

En nu afgezien van de dichterlijke voorstelling, die

Vondel er aan gegeven heeft, maar zoo nu is de zaak

inderdaad. Verschuiving van de beide elementen, waaruit

Sluiten