Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna, — als ik weet, dat ik toch niet roder kan worden dan ik al ben, — wat beter gaat, maar toch, — na verloop van i 20 minuten ben ik meestal doodop.

En 't beangstigende is, dat dit er met de jaren niet beter op wordt. Toen ik pas begon, kon ik met plezier drie kwartier voorlezen zonder enige last te ondervinden.

Met deze voorbeelden hoop ik enigzins 'n indruk gegeven te hebben van dat „inwendige" zenuwlijden van sommigen onzer, dat niet dikwels beschreven en waarschijnlik haast nooit door rondreizende kontroleurs in al z'n diepte gepeild wordt.

Men zal zeggen: Zo is 't niet met jullie allemaal. — Neen, en zo is 't met me zelf gelukkig niet altijd; ik heb eigenlik ook maar een „proeve van zenuwlijden" gegeven; maar al zijn de vormen ook verschillend, de inhouden zijn in den regel ernstiger dan velen vermoeden en vreten heel wat levenskracht en moed en lust weg.

Maar wat mij het méést van alles beangst en steeds zal blijven benauwen is, geloof ik, per slot van rekening, toch nog de wetenschap, dat ik 't in de school onmogelik zonder lichamelike straffen kan stellen, ten minste, als ik enig resultaat wil hebben, wat toch wel de bedoeling van mijn werkgevers zal zijn.

Het is heel gemakkelik te zeggen: Leer 't af; doe't niet; maar hoe ouder 'n mens wordt, des te beter merkt hij, dat hij alles ontlopen kan, behalve zich zelf; dat hij een kern in zich heeft, die lak heeft aan de meest vrije wil. En we kunnen het bestaan van dat ding, dat dan ons „wezen", onze „persoonlikheid" uitmaakt, toeschrijven aan een af of niet sterfelike ziel, — of uitsluitend aan onze lichamelijke omstandigheden, — of aan een kombinatie van beide, — de hoofdzaak is, dat we het te aanvaarden hebben, zoals het is en dat we, op middelbare leeftijd gekomen, weten, dat we tot dit of dat type behoren en b.v. niet zijn als kollega A. of kollega B., hoe graag we dat ook zouden willen. We kunnen wel proberen, hem 'n beetje te imiteren, maar dat

Sluiten