Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sul te houden, die hem betrekkelik vreemd zijn, dan voor de onderwijzer, die z'n klas juist te voren een paar uur lang in de leerspanning heeft moeten houden, ('n soort onedele konkurrentie dus). Maar dat is de hoofdzaak niet. De hoofdzaak is uit te drukken in de stelling:

Een hoofd handelt pedagogies slecht, als hij op enige manier de oorzaak is, dat een onderwijzer zich zelf niet kan zijn. — Wat ik zal trachten te bewijzen.

Het is dan, dunkt me, in 't algemeen glad verkeerd gezien van 'n hoofd, om z ij n maatstaf van goed en kwaad op te dringen aan de onderwijzers. (En men moet niet Vergeten, dat 'n hoofd, dat zich de man in de school acht, daar al licht toe komt). Aanvaardt de onderwijzer die maatstaf tegen zijn zin en wordt hij gedwongen, die toe te passen op zijn klasse, dan vertoont die klas al spoedig andere eigenschappen dan ze zou vertonen onder zijn eigen leiding. Er gebeuren dan kleinigheden, die de onderwijzer, omdat hij door een hem niet passende bril kijkt, aanziet voor ernstige vergrijpen in aanleg; hij straft, waar hij anders misschien een gemoedelike berisping zou geven; hij bederft de geest in de klas en ondervindt daarvan weer aan zich zelf de onaangename gevolgen. Zo wordt de zo hoog nodige goede verstandhouding tussen hem en zijn leerlingen nodeloos bedorven. De kinderen voelen dat ook; zij schijnen stilzwijgend te eisen, dat hun meester zich zelf zij. Speelt hij eens op, als hij zelf meent, reden tot ergernis te hebben, — goed, dat kunnen ze dikwels aanvaarden; maar geeft hij straf in gevallen, waarin zij voelen, dat hij 't volgens zijn natuur niet moest doen, dan merken ze dat heel goed en ze reageren er op een zeer natuurlike manier op: nü vinden ze hem hatelik en zij worden 't ook. — Men kan opmerken: Laat die onderwijzer dan proberen, zich zelf te blijven. Juist. Laat hij dat nu b.v. eens proberen, als z'n bovenmeester hem „helpt", orde te houden op de gang. Als die onderwijzer in zijn klas tijdens 't werk inspanning en stilte geëist heeft, omdat die nódig waren, dan zal hij — moe als hij is — die niet zo streng kunnen eisen op de gangen; hij zelf snakt ook naar enige verademing en die

Sluiten