Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan (kust haar), 't Was een paardemiddel; maar die Italiaansche schooier hgeft dan toch een nuttig werk gedaan.

Elzebee. Schei uit....

Jan. Met de zuster heb ik te doen.

Elzebee. Och ....

Jan. Zeker ; dat is een nobel meisje.

Elzebee (weer, ondanks zichzelf jaloersch). Vin je?!

Jan. *n Heldin, hoor! — En dan moet je haar omstandigheden kennen. Een tragedie, die familie!

Elzebee. Loopt ze daar zoo mee te koop?

Jan. Te koop, nee — maar mij heeft ze 't een en ander toevertrouwd.

Elzebee (ineens geërgerd). Och kom, apekool! Vraag Ella maar eens!

Jan. Je weet dat Miss Burnett de laatste is, wier oordeel voor mij waarde heeft.

Elzebee. Ella heeft een verbazend scherpe blik.

Jan. En een scherpe tong vooral. Elzebee. Hè John!

Jan. Wat voor pleizier schept ze er dan in om een arm ongelukkig meisje achter haar

Sluiten