Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetgeen u straks voor oogen stond Zult toch gij steeds begeeren,

En 't geen eens ik in 't harte vond Zal nooit toch wederkeeren.

Poot.

Zoo schoon was 't, wijl zoo verre 't was,

Zoo boven al mijn strijden, Wijl 'twijd haast als de sterren was

Die langs den hemel glijden. Zoo schoon was 't wijl ik 't niet verstond,

Lijk soms de wijsjes rijzen, Veel zoeter eer zich 't woord verbond

Aan die gedroomde wijzen. Zoo schoon was 't wijl men steeds vergeet

Bij 't in de verten staren, Dat als de waan in 't leven treedt Zij van zich werpt haar koningskleed

En telt de dubble jaren.

Pleuntje.

Zoo laat uw waan dan 't leven in

Of 't meer dan waan mocht wezen, En treed uw rijker wereld in

Of 't hart u mag genezen. En vindt gij daar in grooter stad

Meer kracht en meer verblijden, Zoo denk dat wie heeft liefgehad

Geen roem U zal benijden. Dus volg uw ster en volg uw lot

Waarheen het keere of trede, Van d'eerste rijper oogste tot Die hoogste en beste gaaf van God,

Den rijkdom van uw vrede.

Poot.

En gij ?

Pleuntje.

Voor mij is thans de droom ten eind

Mij komt een ander leven, De schoone dagen zijn voorbij: 'k Zocht liefde en niet uw medelij,

Wou nemen niet, maar geven.

2

Sluiten