Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Refrein.

Komt volgt dus met elkander Den grooten Alexander, Naar 't holle vat, naar 't holle vat, Waar Diogeen in zat.

Zevencotius. De groote Alexander Zei tegen Diogeen : Indien ik was een ander 'kWenschte in uw plaats te treen. Wordt hier dan nu niet klaar getoond Dat in het vat de wijsheid woont?

Refrein. Komt volgt dus enz.

(Zij komen allen binnen).

van der Dussen. En waar is Poot?

van Bleiswijk.

Hij zit alleen; Het hart vol spijt, het hoofd vol droomen, God Bacchus joeg Apollo heen. De rijmen willen niet meer komen.

Zevencotius. Apollo bleef meer al te graag, Maar wat kunt ge aan den God verwijten, Als nog de kater van vandaag Een andren in den staart kan bijten ?

van der Dussen. En gij, mijn heer van Berkel, wat Beweegt U uit het raam te staren ? Gij hebt er steeds weer post gevat Of daar iets groots te wachten ware.

van Berkel. Wij hebben hier een wild gezien, Het sluipt om 't huis met vreemde gangen, Het is wel niets voor U misschien, Maar wij, wij hopen 't nog te vangen.

Sluiten