Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Poot.

O spreek, wat heeft men u gezegd Dat hier, dat hier gij zijt gekomen?

Pleuntje.

Men zeide mij dat in de stad ...

Poot. Dat in de stad . ■.

Pleuntje.

O reken

Dat als ik honderd tongen had Ik 't niet zou kunnen spreken!

Poot.

Men heeft gezegd dat in de stad ... Of moet ik 't zelf vertellen? Dat ik geen naam en faam meer had. En ging den weg ter helle.

Pleuntje.

Men zei dat gij veranderd waart In allerhande dingen! Een andre geest, een wilder aard, En geen herinneringen!

Poot.

En ook dat ik het diepste dronk En zwaaide door de straten En lag te ronken in mijn honk Van God en mensch verlaten. En ook wel dat al wat ik schreef Was hol en slecht ter tale

(op zijn voorhoofd slaand). Zoodat hier niets meer overbleef. Waarmee ik roem kon halen. Men zei dat ik mijn goed verzoop En ook, als mensch, mijn waarde; En voor der zielen eeuwge hoop Lag 't best wel onder de aarde. Dat alles zei men in Abtswou. En kwaamt gij hier getogen

Sluiten