Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De freule.

Christien ! — Die kan slapen !

Christien (in haar slaap).

De laarzen van den graaf zijn gepoetst — de koffie opzetten — dadelijk, dadelijk, dadelijk! — Ho, ho, — puh!

De freule (pakt haar bij de neus).

Zul je wakker worden !

Jean (streng).

Niet storen wie slaapt.

De freule (scherp).

Wat!

Jean.

Wie de heele dag aan de haard gestaan heeft, kan moe zijn, als de nacht komt. En de slaap moet men eerbiedigen ...

De freule (anders).

Dat is mooi gedacht en dat strekt je tot eer. — Dank daarvoor,! (Reikt Jean de hand). Kom nu naar buiten en pluk wat seringen voor mij.

(Gedurende het volgende ontwaakt Christien, begeeft zich slaapdronken naar rechts om naar bed te gaan).

Jean.

Met de freule?

De freule.

Met mij.

Jean.

Dat gaat niet aan! Absoluut niet!

Sluiten