Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De freule.

Maar- ik ben het kind van een graaf en dat kun jij nooit worden.

Jean.

Dat is waar; maar ik kan tot kinderen graven hebben — als...

De freule.

Maar jij bent een dief; dat ben ik niet.

Jean.

Dief is niet het ergste! Er zijn ergere soorten. En overigens: als ik in een huis knecht ben, beschouw ik mij eenigszins als lid van de familie, als een kind van het huis, en men houdt het niet voor diefstal als de kinderen een bes plukken van volle struiken. (Zijn hartstocht wordt weer wakker). Freule Julie, u bent een heerlijke vrouw, al te goed voor een man als ik. U bent de buit geworden van een roes en u wilt de schuld verbergen, door u in te beelden, dat u mij liefhebt. Dat is niet zoo, tenzij misschien mijn uiterlijk u lokt — en dan is uw liefdj^niet beter dan de mijne — maar het is mij voldoende, voor u alleen het dier te zijn; en uw liefde kan ik nooit opwekken.

De freule.

Ben je daarvan zoo zeker?

Jean.

U wilt zeggen, dat het mogelijk kon zijn. — Dat ik u liefhebben kon, ja, zonder twijfel: u bent mooi, u bent fijn (nadert haar

Sluiten