Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jean.

Je moet mij niet prikkelen door van plichten te praten; ik weet wel, wat ik te doen heb! (luistert naar buiten). Overigens hebben wij nog tijd genoeg, dat te overleggen. Ga nu naar binnen en maak je klaar; dan gaan we naar de kerk.

Christien. Wie loopt hier boven?

Jean.

Ik weet het niet — of 't moest Clara zijn. Christien (gaat).

Het kan toch niet de graaf zijn, die thuis gekomen is zonder dat wij hem hebben gehoord ?

Jean (bang). De graaf? Nee, dat denk ik niet, want dan zou hij wel gebeld hebben.

Christien (gaat). Ja, God. sta ons bij! Zoo iets heb ik nog nooit beleefd.

(De zon is nu op en schgnl op de boomtoppen van het park; het licht verplaatst zich langzaam, tot hel schuin door het venster binnen valt). (Jean gaat naar de deur en geeft een leeken).

De freule (in reisgewaad, met een kleine vogelkooi, die met een handdoek is overdekt en die zij op een stoel zet).

Nu ben ik klaar.

Sluiten