Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De freule.

Voldoende om mee te beginnen. Ga mee, want ik kan nu niet alleen gaan. Bedenk eens, op midzomerdag, in een stikheete trein, tusschen een menigte menschen gepakt, die je aanstaren; aan de stations stilstaan terwijl je. zou willen vliegen. Neen, ik kan niet, ik kan niet. En dan komen de herinneringen, de herinneringen aan de jeugd op midzomerdag met de loofversierde kerken — berkenloof en seringen; de middag met de gedekte tafel, de familie, de vrienden; de namiddag in het park met dans, muziek, bloemen en spel! Oh! men vlucht, vlucht, maar de herinneringen volgen iemand in de goederenwagen, en het berouw en de gewetens-kwellingen!

Jean.

Ik zal met u meegaan — maar nu dadelijk, eer het te laat wordt. Nu, in dit oogenblik!

De freule.

Kleed je dan (neemt de vogelkooi).

Jean.

Maar geen bagage! Dan zijn wij verraden.

De freule. Neen niets! Alleen wat men in de coupé kan meenemen.

Jean (heeft zyn hoed genomen). Wat heeft u daar; wat is dat?

De freule. Alleen mijn sijsje. Die wil ik niet verlaten.

Sluiten