Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hou je van — en dan gaan we naar de schouwburg en naar de opera — en als we in München komen, hebben we de musea en daar zijn Rubens eh Rafaël, de groote schilders, zooals je weet — je hebt toch van München hooren praten, waar koning Ludwig leefde — de koning, weet je, die waanzinnig werd. — En dan zien wij zijn kasteelen — hij heeft kasteelen, die juist zoo ingericht zijn als in de sprookjes — en vandaar is het niet ver naar Zwitserland — met de Alpen, zeg — denk je eens, de Alpen met sneeuw midden in de zomer — en daar groeien sinaasappels en laurieren, die het heele jaar groen zijn.

(Jean verschijnt in de rechter coulisse, zijn scheermes slopend langs een riem, die ■ hij met de tanden en de linkerhand vasthoudt; luistert vergenoegd en knikt nu en dan goedkeurend).

De freule (tempo prestissimo).

En dan beginnen wij een hotel — en ik zit aan de cassa, terwijl Jean de reizigers ontvangt— uitgaat en handelt — brieven schrijft. — Dat wordt een leven, dat kun je gelooven — dan fluit de trein, dan komt de omnibus, dan wordt er gebeld boven, dan wordt er gebeld in het restaurant — en dan schrijf ik de rekeningen — en ik kan ze zouten, ik — je kunt je niet voorstellen, hoe verlegen de reizigers zijn, als zij hun rekening moeten betalen! — En jij, — jij zit als hofmeesteres in de keuken. — Je hoeft natuurlijk niet zelf aan de haard te staan — en je kunt je fijn en netjes kleeden, als je uit wilt gaan — en jij, met jouw uiterlijk — ja, ik vlei niet — jij kunt op een goeie dag een man krijgen, een rijkeEngelsch-

Sluiten