Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

e ontwikkeling der electrische verlichtingstechniek valt vrijwel geheel in de laatste veertig jaren en begint omstreeks 1880, toen het Th. A. Edison gelukte

i eene practisch bruikbare gloeilamp te vervaardiJ; gen. De grondslagen, waarop de werking der lampen berust, waren echter al veel eerder bekend. Reeds in het begin van de negentiende eeuw, kort . nadat Volta het galvanische element ontdekt had, [had men waargenomen, dat metaaldraden waar5 door men een electrischen stroom zendt, gloeiend kunnen worden en licht gaan geven. Ook had Davy, die over eene batterij van niet minder dan 2000 elementen beschikte, reeds in. 1810 den ltchtboog tusschen koolspitsen vertoond. Verschillende lampen, op deze principes berustend, werden geconstrueerd, doch van eene practische toepassing kon geen sprake zijn, alvorens men er in geslaagd was electrischen stroom op economische wijze in het groot op te wekken. In de jaren tusschen 1870 en 1880 valt nu de uitvinding en vervaardiging der eerste dynamo-machines en daarmede was de mogelijkheid geopend, de v.u.b.-iv. ,

Sluiten