Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

electriciteit algemeen voor verlicfrtingsdoeleindenI te gebruiken. Daaraan is het dan ook te danken,! dat een practisch man als Edison zich voor ditj probleem begon te interesseeren. Na vele vruch-| telooze pogingen slaagde hij er in, eene gloeilamp te vervaardigen, die met succes kon concurreeren tegen de gas- en de petroleumverlichting, die toen reeds algemeen in gebruik waren, en zeker zou het electrische licht al spoedig eene uitgebreide toepassing hebben gevonden, wanneer niet in 1886 de uitvinding van het gasgloeilicht door Auer von Welsbach gekomen was, welke het gas een geweldigen voorsprong bezorgde. Toch bleef het electrische licht in gebruik en vond het gaandeweg meer aanhangers. Toen men er eindelijk in slaagde, de electrische lampen zoodanig te verbeteren, dat zij in zuinigheid weder met het gas konden wedijveren, werd de toepassing algemeen. Een idee van de enorme toename van het gloeilampengebruik geven de volgende cijfers. In 1881 produceerde Amerika 35000 lampen, in 1914 ruim 110 millioen en in 1918 bijna 200 millioen, terwijl de wereldproductie in dat laatste jaar ongeveer 350 millioen lampen bedroeg.

Naast de gloeilamp ontwikkelde zich de booglamp tot eene zuinige lichtbron van groote lichtsterkte. In de laatste jaren, na de vinding der zoogenaamde halfwattlampen, is zij echter op vele j plaatsen door deze laatste verdrongen geworden.

Sluiten