Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loodrecht op de richting der lichtstralen valt, omgekeerd evenredig met r2.

Voor het uitvoeren van fotometrische bepalingen gebruikt men meestal eene fotometer-bank. Deze bestaat in principe uit twee rails, waarop een aantal kleine wagentjes gemakkelijk beweegbaar is aangebracht (fig. 12, pl. I).

De eigenlijke fotometer F is door een stangetje met de standaardlamp S verbonden. Hun afstand is dus constant, zoodat de verlichting van den linkerkant van het gipsscherm van den fotometer steeds dezelfde is. Rechts is de lamp geplaatst, waarvan men de lichtsterkte bepalen wil. Deze wordt vaak in een statief T geschroefd, dat zoodanig is ingericht, dat men achtereenvolgens de lichtsterkte der lamp in verschillende richtingen kan meten. Bij deze metingen kan men de lamp nog met behulp van een motortje M om hare as doen draaien. Zoodoende bepaalt men direct de gemiddelde lichtsterkte, die de lamp in verschillende richtingen, die denzelfden hoek met de as van de lamp maken, heeft.

Behalve deze toestellen is op de rails een stel diaphragma's D geplaatst, die er voor moeten zorgen, dat geen licht behalve dat van de standaardlamp en van de te meten lamp op het fotometerscherm kan vallen. In de meeste gevallen gebruikt men als standaardlamp eene electrische gloeilamp, waarvan de lichtsterkte bij eene bepaalde stroomsterkte nauwkeurig bekend is.

Sluiten