Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaarsen van 1 cM2. en plaatselijk vaak nog meer, zoodat ze ons onaangenaam aandoet. Het is dan ook beter er voor te zorgen, dat de gloeidraad zoo beschermd is, dat zij niet binnen ons gezichtsveld valt, bijv. door er een kapje of iets dergelijks om aan te brengen.

Door het matteeren kan de lichtverdeeling sterk veranderen; in fig. 27 en 28 vindt men dit grafisch voorgesteld: fig. 27 geeft de lichtverdeeling voor een niet gematteerde lamp, fig. 28 die voor dezelfde lamp, nadat deze half gematteerd is. Men ziet, dat de maximale lichtsterkte bij het matteeren ongeveer 20°/o grooter geworden is. De totale hoeveelheid licht neemt echter een weinig af. Voor de niet gematteerde lamp is de gemiddelde lichtsterkte I0 P= 33.9 kaarsen, voor de gematteerde JQ = 32,8 kaarsen. Men behoeft dus nooit bang te zijn voor het lichtverlies, dat bij het matteeren optreedt.

In enkele gevallen kan het van voordeel zijn, 'dat de lamp niet hare grootste lichtsterkte in de richting loodrecht op de as geeft, doch juist in de richting van de as, zooals in fig. 27. De draad wordt dan zoodanig gemonteerd, dat men uit de richting der as eene groote draadlengte zien kan.

In de laatste jaren heeft men ook lampen in den handel gebracht, waarbij de gloeidraad tot eene spiraal is opgewikkeld. Deze hebben meestal eene vrij gelijkmatige lichtverdeeling in alle richtingen. Verdere specifieke voordeden bezitten zij niet.

Sluiten