Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat er dan gebeurt, moge uit de volgende proefneming blijken.

Verbindt men 2 platen A en B met de polen van eene batterij, dan zal er geen stroom doorgaan; de ampèremeter vertoont geen uitslag. Brengt men nu A op hooge temperatuur, dan blijft de stroomsterkte nul, zoolang A met de -f- pool verbonden is. Zoodra men echter A met de — pool verbindt, slaat de ampèremeter uit en zal er een stroom tusschen A en B vloeien.

Men kan dit verschijnsel op de volgende wijze verklaren. Gloeiende metalen en andere stoffen op hooge temperatuur zenden voortdurend een stroom van negatief geladen electrische deeltjes, electronen, uit. De plaat A is dus eene bron van zulke electronen. Is A nu negatief ten opzichte van B, dan zal B de electronen aantrekken en deze zullen naar B toevliegen. Is B echter negatief, dan worden de electronen erdoor afgestooten en keeren weer op de plaat A terug. In het eerste geval krijgen wij dus eene electriciteitsbeweging door het gas, in het tweede niet. Om bij een betrekkelijk klein spanningsverschil tusschen de electroden een stroom door het gas te sturen, is het in het algemeen noodig, dat de kathode op zóó hooge temperatuur komt, dat zij voortdurend electronen uitzendt. Bij hooge spanningen is dat niet noodig, dan kunnen ook tusschen koude electroden ontladingen plaats vinden.

Het zooeven besproken verschijnsel treedt even

Sluiten