Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intens licht doen uitstralen. Onder deze omstandigheden kan de straling van de electroden geheel op den achtergrond treden; de boog zelf wordt de eigenlijke lichtbron. Men kan dus den boog lang maken; de lengte van een vlamboog bedraagt ongeveer 15 mM. of meer. De straling is in dit geval niet een gevolg van de hooge temperatuur, doch hangt met electrische en chemische werkingen in den boog samen. Wij hebben hier met luminescentiestraling te doen.

Bestudeeren wij de straling met behulp van een spectroscoop, dan blijk het dat lichtemissie slechts in een eindig aantal golflengten optreedt. Het spectrum bestaat uit een aantal spectraallijnen, die karakteristiek zijn voor de zouten, die met de kool werden vermengd.

Calciumzouten geven de krachtigste lijnen in geel en rood; de boog zelf is intens geel. Titaanzouten geven lijnen, die gelijkmatig over het zichtbare spectrum verdeeld zijn; het licht is wit van kleur. Dit laatste is ook het geval, wanneer men ijzerverbindingen gebruikt.

De kwikdamplamp, fig. 36, PI. IV, is eveneens een voorbeeld van een luminescentiestraler. De boog is hier opgesloten in eene glazen buis of in eene buis van kwarts. De kathode wordt door kwik gevormd, de anode bestaat uit kwik of ijzer of kool. De straling in het zichtbare spectrum bepaalt zich tot enkele golflengten (fig. 37. PI. V), waarvan de groene lijn X = 0,5461 i* en de twee

Sluiten