Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer de koude electrode + is, de gloeiende —. Gedurende de tegengestelde periode laat de lamp geen stroom door.

Stelt, in flg. 43,1 de spanning aan de electroden als functie van den tijd voor, dan zal de stroom er zoo uitzien, als in fig. ~. 1 x

zoogenaamde palseerende gelijkstroom. Op deze gelijkrichtende werking van den boog berusten onder andere de kwikdamp-gelijkrichters, die men meer gebruikt om wisselstroom in gelijkstroom om te zetten.

De verschijnselen, die bij den wisselstroomboog optreden zijn zeer ingewikkeld. Daar de stroomsterkte I periodisch verandert, treden ook periodische variaties van den boogweerstand R op. De spanning aan den boog IR wordt daardoor eene gecompliceerde functie van den tijd. Een gevolg hiervan is, dat het energieverbruik niet gelijk is aan het product van stroom en spanning aan den boog, doch kleiner. De factor waarmede men het product IV moet vermenigvuldigen, om het wattverbruik van de lamp te verkrijgen, is voor verschillende koolsoorten verschillend en bedraagtmeestongeveer0,80tot0,95.

Is deze factor klein, dan heeft men om eene bepaalde hoeveelheid energie af te geven een gropten stroom noodig, zoodat de verliezen in het

43, II geteekend is. Zij vloeit

voortdurend in dezelfde richting, er ontstaat een

Fig. 43-

Sluiten