Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spectrale samenstelling van het licht even belangrijk is als het reflectievermogen van het voorwerp. Het gevolg hiervan is, dat wij bij kunstlicht dé meeste kleuren anders waarnemen dan overdag, zoodat de beoordeeling van gekleurde voorwerpen zoo niet onmogelijk, dan toch zeer moeilijk wordt. In fig. 54 is voor enkele lichtbronnen de spectrale energieverdeeling grafisch voorgesteld. Men ziet, dat alle behalve de zon, in rood relatief veel meer licht geven dan in blauw. Bij de zonnestraling is de energie vrijwel gelijkmatig over alle golflengten verdeeld.

Wij zullen nu de kleur, die een voorwerp in het zonlicht vertoont, de natuurlijke kleur noemen. Het is dan duidelijk, dat bij alle kunsdichtbronnen de kleur van een voorwerp rooder zal zijn dan de natuurlijke. De blauwe en paarse tinten wor-! den vaak zwart, groen wordt geelgroen, bruin wordt roodbruin, enz.

Wil men nu 's avonds voorwerpen in hunne natuurlijke kleur zien, dan moet men lichtbronnen gebruiken, wier spectrale samenstelling zooveel mogelijk tot die van het zonlicht nadert. Men kan dergelijke lichtbronnen verkrijgen door de ; overmaat rood, die anders in de straling aanwezig is, weg te nemen door een absorbeerend filter. Zulk een filter moet dus in blauw niets absorbeeren, in groen en geel een weinig, in rood het meest. Dit is het geval bij de blauwe ballon der zonlichtlampen, die in principe halfwatdam- •

Sluiten