Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draagt nu. het percentage van het licht, dat nuttig gebruikt wordt p °/0 dan moeten de lampen 100 OL .

—— lumen geven.

Nemen wij bijvoorbeeld aan, dat een schoollokaal verlicht moet worden. Met het oog op de wenschelijkheid, dat de wanden, waaraan zich het bord, kaarten, platen, enz., bevinden, ook goed verlicht worden, terwijl het bord van geen enkele plaats uit gezien, mag glimmen, kiezen wij indirecte verlichting. De grootte van het lokaal is 10 X 8 meter. Het plafond en de muren zijn wit: p == 33°/a. De verlichting der lessenaars moet 50 lux bedragen. De lampen moeten dan 100.80.50 _ .-^ ,

23" — 12000 lumen leveren, hetgeen men

met 2 lampen van 300 watt of 4 lampen van 200 watt kan bereiken.

Vaak vindt men echter in schoollokalen directe verlichting toegepast met onbeschermde lampen. Wanneer men naar het bord kijkt, ziet men recht in de lampen, die voor de verlichting van het bord zijn aangebracht, terwijl men uit bepaalde richtingen niets op het bord kan zien door het spiegelen er van. Het gevolg hiervan is eene vermoeienis, die reeds menigen leerling een uitbrander heeft bezorgd, welke eigenlijk aan het adres van den verlichtingsinstallateur thuis behoorde.

Onbekendheid met de eischen, waaraan verlichtingsartikelen moeten voldoen, is de oorzaak,

Sluiten