Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare voorgangster, kon men van de Nederlandsche gewesten bijdragen in de rijkslasten en zitting nemen in het Rijkskamergericht gedaan krijgen. Zij legden den nadruk op hunne opvatting dat deze gewesten, als deelen van het oude koninkrijk Lotharingen geene verplichtingen hadden tegenover het Duitsche Rijk.

Toen Utrecht, Friesland en Gelre bij de Bourgondische gewesten waren gevoegd, trachtten ook deze gewesten zich aan de hen opgelegde verplichtingen te onttrekken. Besprekingen daarover op de Rijksdagen van 1541 en 1542 hadden bijna geen resultaat.

Zoolang Karei V gebonden was door de troebelen in het Duitsche Rijk tengevolge van de Hervorming, zag hij ook eigenlijk het liefst geen invloed van de Rijksdagen in zijne erflanden. Toen hij echter door de beslissende overwinning over het Smalkaldische Verbond (1547) de handen vrij had, ging hij over tot eene definitieve regeling van de verhouding tusschen de Nederlanden en het Rijk.

Op den Rijksdag te Augsburg (1547) werd voorgesteld door Viglius, namens de regeering der Nederlanden, dat deze gewesten tot één kreits vereenigd, zouden bijdragen in de lasten des Rijks, zonder schade voor hunne lusten en vrijheden. Maar dat zij daartegenover de bescherming van het Rijk zouden genieten.

Karei V was genegen tegen deze voorwaarden de Hertogdommen Lotharingen, Brabant, Limburg, Luxemburg, Gelre, de Graafschappen Vlaanderen, Artois, Bourgondiê, Henegouwen, Holland, Zeel ah d, Namen, Zutphen en Charolais, het Markiezaat Antwerpen, de Heerlijkheden Friesland, Utrecht, O verij s e 1, Groningen, Valkenburg, Daelhem, Salins, Mechelen en Maastricht in den nieuwen kreits te doen opnemen.

De bepalingen omtrent het aandeel op te brengen in de Rijkslasten en het aantal te leveren troepen is van belang om daaruit de beteekenis van deze landen te leeren kennen. Zij zouden n.1. evenveel opbrengen als twee keurvorsten-

Sluiten