Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer. aan copernicus toegeschreven, nameliik, Jat de aarde rondom de zon draait en de zon in het midden der wereld staat, zonder zich van het Oosten naar het Westen te bewegen, een leer is, welke strijdt met de H. Schrift en welke men bijgevolg niet mag verdedigen, noch aanhangen."

De geleerden hebben vroeger veel getwist over de echtheid der verslagen van 25 en 26 Februari 1616 en men heeft beweerd, onder anderen wohlwill en Scartazzini, dat zij vervalscht of later opgemaakt zijn, om voor het proces van 1633 te dienen. 1) bellarminus is voorzeker in zijn brief op verre zoo uitdrukkelijk en zoo streng niet als die verslagen het zijn; hij spreekt niet van een verbod die leer op welke wijze ook — quovis modo — te onderwijzen of te verdedigen. von Geblèr dacht ook eerst aan een vervalsching van het dokument, maar hierin bestreden door Dom Berti, heeft hij de echtheid der stukken erkend. Hij en Berti, de beide liberale uitgevers der procesakten, stellen die echtheid boven allen twijfel. von Geblèr heeft door een persoonlijk onderzoek van' het stuk te Rome in den zomer van 1877 de authenticiteit daarvan bewezen. Hij toont aan, dat het dokument door dezelfde hand, met denzelfden inkt, op hetzelfde papier als de ontwijfelbaar echte bescheiden uit het jaar 1616 geschreven werd, dus niet eerst in 1632 vervalscht kon worden. 2)

P. Grisar en Dr. Funk brengen die verslagen en den brief van Bellarminus met elkander zeer goed overeen. Zij zeggen, dat de woorden docere, deferende, de ea tractare op hetzelfde neerkomen, namelijk op het verbod het stelsel van Copernicus als uitgemaakte waarheid te leeren.

„Zoo heeft men de grootste toegevendheid met den persoon van Galilei, welke de oorzaak van het geschil was, gebruikt, en noch hem zelf, noch zijne boeken in het dekreet der Inquisitie genoemd; hij werd ook bij zijn vertrek minzaam door den Paus ontvangen; nog minder werd zijn verhouding

') F. Wohwill, Der Inquisitionsprocess des Galüeo Galilei. Berlin, 1870. — Scartazinni, Augso. AUgem. Zeiiung, 1877, Nr. 301—302.

2) K. v. Geblèr, Galilei u. die römtschc Curie. — Idem, Die Acten der GatMischen Ftocesses, p. XXI. — Simmen aus Marta-Laach. 1878. XIV,. p. 120. — A. van Roey, De Vetootaecltng van Galüeo Gaiüei, etc. p. 16. 'i f *

Sluiten