Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Ptolöïïéüs bn^etHédSgibaar is. Doch Galilei had de veroordeeling Van zijn leer niet vergeten; daarom eindigde hij met dit besluit: ^Het stelsel van Copernicus is door de kerkelijke overheid veroordeeld, dat , van ptolomeus door het gezond verstand; dus moet men een derde stelsel zoeken."

Aangezien de Saggiatore een nieuwe verdediging van copernicus' systeem bleek te zijn, was die gevolgtrekking van Galilei zeer behendig. Zijn werk verkreeg de goedkeuring te Rome en Paus urbanus VIII nam da opjdraejht van zijn vriend aan.

Deze bijval deed den moed van Galilei herleven; de verheffing van kardinaal maffaeo barberini tot Paus vervulde hem met de grootste vreugde en niet onwaarschijnlijk koesterde hij een stille hoop, dat men zijn verpordeeliriig van 1616 zou intrekken.

Tegen Pasdhen van 1624 ijlde hij naar Rome om urbanus persoonlijk met zijn verheffinjg geluk te wenschen. De Paus ontving hem met de meeste onderscheiding, verleende hem zes audiënties, vereerde hem bdj zijn vertrek met verschillende geschenken en gaf hem onder dagteekening van 8 Juni een brief aan Ferdinand II, Groothertog van Toscane, mede, waarin hij het gunstigste getuigenis en de vleiendste aanbeveling van Galilei uitsprak. •; : . ! 1

Toöh kon Galilei den Paus niet overhalen om het decreet der Index-Congregatie op te heffen, ^cJSojo'n urbanus VIII zijn leedwezen daarover niet ontiveinsde en verklaarde, dat het systeem van Copernicus niet këtlersch, maar alleen vermetel was, hetgeen de mogelijkheid van diens juistheid niet uitsloot. De Paus haatte alle theologische tVïsterijen, ook die over het Copernikaansche stelsel, zoo zelfs, 'diaif de omgeving van den Paus niet waagde daarover met hem te spreken. (*)

„Desniettegenstaande hield Galilei het tijdstip voor gunstig om een beslissenden slag voor het stelsel van copernicus te wagen : zijn vriend was Paus, zijn verknochtste aanhanger Ciampoli diens sekretaris, zijn vereerder Riccardi Magister sacri patat», d. i. eerste censor der Inquisitie. Hij meende, om-

Alberi, 1. c. IX, p. 78.

Sluiten