Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij* vfri rièilzam'e boete bevelen wij, 'dat gij gedurende 'drie jaren eens in de week de zeven Boetpsalmen zult lezen."

Dit vonnis is door 'zeven Kardinalen onderteekend; de drie andere waren waarschijnlijk afwezig.

Na het afkondigen van dit vonnis knielde galilei neder voor de vergaderde kardinalen, legde de hand op het Evangelie, las de afzwering, Welke hem voorgehouden werd, en onderteekende: „Ik, galilei, heb afgezworen, zooals hierboven."

De gevangenisstraf werd door den Paus terstond in een interneering veranderd. De veroordeelde deed „boete" eerst in de aangename tuinen van Trinita de Monti te Rome, dan in het paleis van den aartsbisschop van Pisa, e$n hem verknochte vriend, eindelijk in de villa Arcetri bij Florence, waar hij zifdh rustig aan zijn studiën wijdde.

,,'Het bedrog van Galilei was al te plomb beraamd. De Romeinsche Stoel daagde hem daarom voor zijh rechtbank'. Hij had een wet overtreden, Wat alle door hem aangewende „diplomatische middeltjes" niet verbloemen kónden. De overtreding was des te zwaarder, wijl Galilei zijn woord gegeven had de wet te zullen naleven. Als nu de rechters hem daarvoor veroordeeld hebben, dan hadden zij in zijn schuld een voldoende reden voor deze gestrengheid; men behoeft daarom niet, gelijk galilei zelf en zijn vereerders het tot op den huidigen dag gedaan hebben, de oorzaak der veroordeeling in andere gronden te zoeken, b.v. in de kuiperijen der Jesuieten, in de bekrompenheid en den haat der rechters en van andere tegenstanders of in de ophitsing van den Paus door den laster, dat galilei hem in SiMPLICiO had willen bespotten." (1) lp**! ' V Willen wij de Inquisitoren billijk en met kennis van zaken be1oordeelen, dan moeten wij volmondig erkennen, dat zij niet anders konden handelen.

,,De eenige reden, waarom Galilei veroordeeld werd, is gelegen in de overtreding van hef verbod, dat hem in 1616 was gegeven, en in de frauduleuze wijze, Waarop hij de goedkeuring van zijn werk had trachten te verkrijgen. Door deze handelingen had hij zich grootelrjks verzet tegen het kerkelijk gezag en

y[*) G. Schneemann, ï. c. xiv, p. 265.

Sluiten