Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• ' ' Meer Weeft de Kerk echter meï gedaan, en wanheer wij nu de toen gevreesde gevaren als niet aanwezig erkennen, hebben wij toch daarom geenszins het recht haar te laken. Mogen wij wel met reden eenen reiziger bespotten, die des nachts op onbekende wegen voorzichtig voortgaat, wanneer wij op helderlichten dag zien, dat ook met minder voorzichtigheid hij op dezen weg niets te vreezen zou gehad hebben?

De meest gewone bron van geschiedkundige dwalingen is, dat men zich niet in de toestanden, ontwikkelingsgraden, zeden \ van vroegere tijden verplaatst, maar zijn eigen tijd als maatstaf \ ter beoordeeling van de voorvaderen aanneemt. Komen daarbij dan nog vooroordeelen en partijhartstochten, dan ontstaan die karikaturen, waarmede men gewoonlijk de Kerk en den H. Stoei bestrijdt.''1)

„Een buitengewone belangstelling heeft men steeds voor het vraagstuk getoond, hetwelk aan den naam van Galilei verbonden is. Niet alleen de geschiedschrijvers en de godgeleerden van beroep, maar ook de wijsgeeren, de natuurkundigen en de astronomen, hebben zich daarmede bezig gehouden. En ook het groote publiek vestigt op het GALlLEl-vraagstuk, dat evenwel voor hetzelve volstrekt geen vraagstuk is, zijn aandacht, dat publiek, hetwelk de behoefte heeft over geleerde dingen te spreken, en wel des te meer te spreken, hoe minder begrip het daarvan heeft. Er bestaat immers voor een „ontwikkeld" man van modernen snit en voor den met de (gangbare vooroordeelen tegen het Katholicisme uitgerusten Protestant bijna geen gunstiger aanleiding om van de wapenzaal der „ge• scbiedenis" uit de Katholieke Kerk als een vijandin van den vooruitgang der wetenschappen en van de „verlichting" te betichten." ,(*,) vf^i

A. Eerste beschuldiging: De Kerk is niet onfeilbaar.

Deze moeilijkheid beteekent niets; zij schiet haar doel voorbij

en men vecht tegen windmolens.

Stelling: De veroordeeling van Galilei strijdt niet tegen de onfeilbaarheid van de Kerk.

Tot bewijs.

ie. De veroordeeling Van. Galilei Was een uitspraak van een Romeinsche Congregatie. Welnu, de Romeinsche Cpngre-

f1) G. Schneemann, t c. XIV, p. 113—114. (2) Gcschichtsiüt>en. 1893, p. 396. — Gs&MedyitpAÜtütHf, 1886, p. 599,

Sluiten