Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Kerk Kooger dan de Kerk' zelve, ■— Het bïijff ons ottlttogelijk zijne .meening te deelen. Maar wel'zijn wij van de meening, dat spot, zelfs pogingen tot geestigen spot hier te over zijn.

Tekstverknoeiing, zelfs waar het Vaticaansche decreter geldt, is hier meer dan een fout. Wil de mo|derne wetenschap de door staatsmanslist en geweld gefolterde en gemartelde Kerk ook op haar beurt nog vertrappen, dan gedooge zij, dat men een dergelijke daad den naam geve, die haar past." (1)

Er is geen enkele godgeleerde van beroep en naam bekend, die de dekreten 1616 en 1633 als beslissende en onherroepelijke dekreten beschouwd heeft. Berti had beweerd,"dat dit gevoelen verdedigd werd in een handschrift van Pater Inchofer S.J., een der consultoren van het proces van 1633. Maar thans staat het vast, dat geen enkele syllabe van dat manuscript tot zulk een uitlegging machtige. (2) De dekreten werden opgevat voor hetgeen zij in werkelijkheid waren, als een maatregel van tucht, waaraan men moest gehoorzamen, maar die herroepen kon worden.

In 162&, haalt Pater Tauner S.J. het deldreet aan, doch besluit 'daaruit niets anders, dan dat het systeem van copernicus niet met zekerheid onderwezen kan wordfen. (3)

Libertus Fromont, professor in de godgeleerdheid te Leuven, verklaarde in 1631 uitdrukkelijk, dat hij niet kon aan nemen, dat het systeem van copernicus definitief veroordeeld was, „tenzij", zegt hij, „dat ik Iéts meer bepaalds zie, hetwelk van het Hoofd zelf der Kerk uitgaat.*' (4)

Caramuel, de vermaarde bisschop en godgeleerde, tijdgenoot van Galilei, stelt zich de vraag, wat er gebeuren zou, als men later eens bewees, djaf de zon werkeËjk stil stond. Ofschoon hij niet gelooft, dat dit zonder een mirakel kan gebeuren, antwoordt hij: „In dit geval zon men niet kunnen zeggen, dat de Kerk van Rome gedwaald heeft; want deze leer (dat de zon zich beweegt) is noch door een algemeene Kerkvergadering, noch door den Paus ex cathsedrp. als een geloof s-

i(i) De Wachter, 1872, II, p. 38—45.

(2) Berti, li Processo di Gaulco Gaiilei, Rome 1876. p. XCIIL — Inchofer, Vindictae Sedis Apostoluac, p. 201.

(3) Tanuer, Iheocog. Scotastica, II, 6, 4.

(4) Fromont, Anit-Aristatchus, Antwerpiae 1631. p. 17.

Sluiten