Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo wac de hotóling der Kerk na de veroordeeling van Galilei, zoo had zij de wetenschappelijke vorschingen en waarnemingen steeds met kracht en liefde gesteund, voor galilei met zijn ontdekkingen in de geleerde wereld optrad.

Door persoonlijk en letterkundig verweer bevruchtte Nlkolaas van Cusa het genie van Georg Peuerbach en johannes Müller, de beide stichters van een zelfstandig en onmiddelijk onderzoek der natuur, de vaders der berekenende en waarnemende astronomie.1) Peuerbach en Müller werden door de Prelaten der Kerk, inzonderheid door Kardinaal B-essarion, ijverig in hun wetenschappelijke werkzaamheden gesteund. müller, door dezen Kardinaal naar Rome uitgenoodigd, werd er allereervolst ontvangen, door Sixtus IV tot bisschop van Regensburg benoemd, die hem ook de verbetering van den kalender opdroeg. Beiden, Peuerbach en Müller, oefenden een heilzamen invloed op Copernicus uit; hun werken dienden dezen geleerde tot maatstaf voor den opbouw van zijn systeem. copernicus zelf hield lezingen te Rome; de Congregatie, door het Concilie van Lateranen aangesteld voor de verbetering van den kalender, vroeg hem om raad en hulp en hij deed hiervoor vele astronomische waarnemingen. Zijn beroemd werk droes; hij aan Paus PAULUS III op. Aan den opvolger van PAULUS, clemens VII, legde de Duitscher WlDMANSstadt in 1533 zijn op het beginsel der aardbeweging steunende theorie voor. Gedurende de tweede helft der zestiende eéuw hielden geleerden zooals Celio Calganini, Wursteis e.a. in Italië daarover openbare lezingen, zonder door iemand bemoeilijkt te worden.2) Te Rome werden de mathematise en astronomische wetenschappen met ijver beoefend. Het beste bewijs hiervoor is de onder Gregorius XIII door Liglio en den Jesuiet Clavius voltooide kalenderverbetering; slechts door talloze, met bewonderenswaardige nauwkeurigheid verrichte waarnemingen kon zulk een werk uitgevoerd worden.

„Welke houding hebben dus tot de ontwikkeling der astronomie en tot het Copernikaansche systeem de Kerk en

(1) Humboldt, Kosmos. II, 345. Janssen, Geschichte des deutschen Volkes, I, 5.

(2) K. V. Geblèr, Galilei u. die tömische Curie. p. 48.

Sluiten